1. 5 meter crawl met beenslag, zonder ademhaling, onder water recht doorhalen, hoge elleboog boven water
2. 5 meter rug met beenslag, gestrekte armen die in elkaars verlengde ronddraaien: wisseldril (om de 6 beenslagen wisselen), hoofd in neutrale positie (blik recht naar boven gericht), pink in, duim uit.
3. zonder hulp 2 maal vanop de kant in het ondiep gedeelte van het diep bad springen met volledige onderdompeling van het lichaam tot gevolg
4. 5 meter op de rug kunnen wrikken, vlotter tussen de benen, handen afwaarts
5. koprol voorwaarts met hulp van lesgever die handen achter rug van zwemmer vasthoudt.
6. met plank in kneukelgreep zijwaarts 5 meter schoolslag benen op de buik met 2 naar buiten gedraaide voeten. Hoofd in het water, uitademen wanneer benen sluiten, inademen wanneer benen intrekken.
7. 5 meter onder water zwemmen zonder zwembrilletje en ondertussen door 2 poortjes zwemmen die niet op dezelfde lijn staan.